Drogen: enkele tips

Wat zijn de nadelen aan bouwdrogen

Het droogproces van bouwmaterialen is een complexe zaak, er zijn uiteenlopende theorieën over je dit het best aanpakt. Bij Delex hebben we een eigen methode ontwikkeld door het bundelen van testresultaten van droogprocessen en ervaring in lekdetectie.


Lees hieronder enkele vaststellingen en methodes die Delex toepast: 

Bij Delex zijn wij van mening dat het drogen van beton niet mag versneld worden door bouwdrogers of verwarming. Het is zelfs zo dat je de eerste zeven dagen na de beton is gegoten soms nog moet nabehandelen. Dit kan je doen door de beton de eerste 7 dagen nog bij te bevochtigen.  

Beton heeft een lange tijd nodig om te drogen. Indien je dit proces versnelt kan dit erge gevolgen hebben op de stevigheid ervan. Hydratatie bij beton duurt ca. 4 weken (vandaar de 28-dagen-sterkte van beton). Afhankelijk van de dikte en de opbouw kan het wel maanden duren voor beton intern is uitgedroogd. 

Vaak wordt er gezegd dat het gebruik van bouwdrogers schadelijk is en dat er hierdoor scheuren ontstaan. Deze opmerkingen zijn fout tenzij je de verkeerde droging hebt toegepast. Scheuren kunnen ontstaan door verschillende factoren waaronder temperatuur, luchtvochtigheid, thermische zetting, het chemische proces dat zich afspeelt in de bouwmaterialen ...

Tijdens het uitvoeren van lekdetecties heeft Delex al enkele malen schade onderzocht zoals het loskomen van bezetting of bepleistering. Dit kan voorkomen door het maken van fouten tijdens het aanbrengen of door de verkeerde voorbereiding.  Zo kunnen volgende factoren het loskomen van bezetting veroorzaken.

  • De aanwezigheid van alkaliciteit. Dit is een stof (base) dat ontstaat door de chemische reactie in beton. Indien je de afwerkingslaag aanbrengt op beton dat nog niet voldoende droog is, ontstaat er een kans dat deze stof reageert met de primer dat hechting voorziet.

  • Het aanbrengen van een afwerkingslaag op muren die na de opbouw nog niet droog zijn (dit kan zijn door regenweer tijdens het metselwerk).

  • Extreme temperatuurverschillen (gebruik van verkeerd soort verwarming). 

  • Aanwezigheid van ontkistingsproducten. 

  • De bepleistering is aangebracht bij temperaturen onder de 5°C. Hierdoor kan er plaatselijk oppervlaktecondensatie ontstaan.